Erfrecht · 2026-09-10 · 6 minuten
De vier groepen versterferfgenamen
Als er geen testament is dat anders bepaalt, wijst de wet de versterferfgenamen aan. Artikel 4:10 BW doet dat in vier groepen, in een vaste volgorde. De eerste groep is de kinderen en de partner. De tweede groep is de ouders met de broers en de zussen. De derde groep is de grootouders. De vierde groep is de overgrootouders. In het dossier hoort die volgorde als kaart, niet als een lijst namen zonder rang.
De groep die in beeld is, wordt in gewone taal genoteerd. Een kind hoort bij de eerste groep. Een echtgenoot of geregistreerd partner hoort daar ook, als de wet op deze nalatenschap van toepassing is. Een broer hoort bij de tweede groep, samen met de ouders. Een grootouder hoort bij de derde. Een overgrootouder bij de vierde. Verdere nevenregels vult het dossier niet zelf in. Wie niet in een van deze groepen past, krijgt niet stilzwijgend een plek in een groep.
Het dossier noemt de mensen met hun band tot de overledene. Kind, partner, ouder, broer, zus, grootouder of overgrootouder. Die band is een feit uit de burgerlijke stand of uit een ander stuk, niet een indruk van de familie. Een nicht, een neef of een goede vriend staat niet in deze vier groepen alleen omdat hij dichtbij stond. Voor zo iemand is een andere grond nodig, zoals een testament. Die grond blijft leeg tot het stuk er is.
Breuken horen niet als standaard in de software. De wet legt in bijzondere gevallen de delen anders dan een gelijke som. Het dossier zet daarom geen automatische deling over een groep. Het noemt wie tot de groep behoort die nu in beeld is, en laat het erfdeel open tot de notaris of de akte het deel aangeeft. Een lege breuk is hier geen gat in de zorg. Het is het verschil tussen mensen opnoemen en een verdeling vaststellen.
Ervazo rangschikt de genoteerde betrokkenen en rekent niet als advies. Het programma maakt geen akte, geen aangifte en geen betaling. Een groep kiezen in het dossier is geen uitspraak dat die mensen erven. De kaart met vier groepen blijft een ordening van namen en banden. De notaris, de rechter of de Belastingdienst beslist over de concrete zaak. Tot die beslissing blijft de breuk leeg.