Woning · 2026-08-23 · 6 minuten
De hypotheek blijft een schuld, naast de woning
De woning en de hypotheek zijn twee posten in de boedelbeschrijving. Op de ene regel staat het huis, met een waarde op de sterfdag en een bron. Op de andere regel staat de lening, met het saldo van de schuld op diezelfde datum en de geldverstrekker als bron. Je trekt de schuld niet vast van de woning af tot één netto regel. Een netto regel verbergt welk cijfer van de makelaar kwam en welk cijfer van de bank. Beide getallen kunnen later nog wijzigen: de woning omdat er een verkoop of een toedeling komt, de schuld omdat er wordt afgelost. Houd ze naast elkaar, elk met een eigen waarde nu.
Vraag de geldverstrekker schriftelijk het schuldrestant op de overlijdensdatum. Achterstand, nog niet afgeschreven rente en een aparte lening voor een verbouwing horen alleen op de schuldregel als de opgave ze noemt. Je schat geen restant door de oorspronkelijke hoofdsom te verminderen met jaren die volgens jou zijn verstreken. Dat is rekenen zonder stuk. Zet het leningnummer, de tenaamstelling en de datum van de opgave bij de post. Is de woning gekoppeld aan meer dan één leningdeel, dan maak je per deel een regel of je volgt de splitsing die de bank zelf op de opgave gebruikt. Eén totaal mag, als de opgave dat totaal geeft en je de opgave bewaart.
Een polis die aan de hypotheek hangt, kan een deel van de schuld aflossen. Dat is geen reden om woning, schuld en polis tegen elkaar weg te strepen. De uitkering volgt de begunstiging. Zij kan naar de geldverstrekker gaan, naar een persoon, of deels buiten de nalatenschap vallen. Tot de verzekeraar schriftelijk zegt welk bedrag naar wie gaat, blijft de polis een aparte regel met status gevraagd. De hypotheek blijft de schuld volgens de opgave van de bank. Pas als beide bedragen bekend zijn, boek je een aflossing als beweging: de schuld daalt met wat er daadwerkelijk is afgelost, en de uitkering staat niet ook nog als vrij vermogen.
De waarde van het huis op de sterfdag is niet de WOZ en niet vanzelf de latere koopsom. Een WOZ-beschikking mag als start staan, met jaar en bron, tot een makelaar een vraagprijs geeft of de verkoop rond is. Die woningwaarde en de hypotheekschuld blijven ook dan twee regels. Verkoopkosten zijn niet de koopsom. Boek ze apart als ze vaststaan, en laat ze weg zolang je ze niet kent. De schuld op de sterfdag verandert niet doordat het huis later voor een ander bedrag wordt verkocht. Wat er na verkoop overblijft om de lening af te lossen, zie je in het verloop, niet door de oude schuld te herschrijven.
Geen van deze regels is een taxatie of belastingadvies. Ervazo stelt de woningwaarde niet vast en berekent de restschuld niet. De bron van de schuld is de bank of de geldverstrekker, in een opgave per sterfdag. De bron van een uitkering is de verzekeraar. De bron van een woningwaarde is de beschikking, de makelaar of later de koopakte, niet een netto som die je zelf maakte. Wat de Belastingdienst met woning en schuld doet in een aangifte, volgt uit die stukken en uit de aangifte, niet uit het tegen elkaar wegstrepen in de lijst.