Alle stukken

Erfrecht · 2026-09-24 · 6 minuten

De geldvordering van het kind

Bij de wettelijke verdeling krijgt het kind geen deel van het huis. Het kind krijgt een geldvordering op de langstlevende. Dat onderscheid hoort in het dossier zichtbaar te zijn. De woning blijft een goed aan de kant van de langstlevende. De vordering staat op naam van het kind, met de langstlevende als schuldenaar. Wie die twee posten op één hoop veegt, laat het dossier doen alsof het kind mede-eigenaar is. Dat zegt artikel 4:13 BW niet.

De vordering is in beginsel niet opeisbaar op de dag van het eerste overlijden. Zij wordt in beginsel opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende. In het dossier komt daarom geen gewone betaaldatum. Er komt een gebeurtenis: opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende, tenzij een akte iets anders vastlegt. Een kalenderdatum die niemand uit een stuk kan halen, hoort niet in het veld. De software rekent die dag niet uit vanuit een aanname.

Rente noem je alleen als het testament of de wet daar een regel voor geeft. Vaak staat de rente in het testament of in de wet. Een percentage dat niet in het dossier voorkomt, wordt niet ingevuld. Het renteveld blijft leeg zolang de akte niet is gelezen. Bij de vordering hoort dan een vraag: wat zegt de akte over rente. Het antwoord komt uit dat stuk, niet uit een standaardgetal in de software. Zonder bron geen rente, en zonder bron geen bijboeking.

Het bedrag van de vordering is geen veld om af te ronden. De grondslag hoort erbij: wettelijke verdeling, welk kind, en of de verdeling later ongedaan is gemaakt. Schenkingen en schulden kunnen de omvang raken. Wat daarvan bekend is, staat met bron. Wat niet bekend is, blijft een open punt. Ervazo zet geen formule om in een definitief bedrag en rekent niet als advies. Een notitie dat de notaris het bedrag nog moet vaststellen, is een eerlijke stand van het dossier.

De vordering hoort bij dit kind, ook als het huis al op naam van de langstlevende staat. Zij verdwijnt niet omdat er nu niets wordt uitbetaald. In een later dossier, na het overlijden van de langstlevende, kan dezelfde vordering als schuld terugkomen, als de feiten dan nog kloppen. Die twee dossiers worden niet tot één saldo samengevoegd. De post blijft op naam van het kind staan, met de langstlevende als schuldenaar. De notaris, de rechter of de Belastingdienst beslist over de concrete zaak.